dinsdag 14 januari 2014

Grande question... Mais de quelles femmes parlons-nous?

31 01 en 01 02 2014
Gaan juridische vrouwen de
wereld leiden?
Vraagt de nieuwe economische realiteit
om een ander soort leiderschap?
Kunnen juridische vrouwen door
hun manier van leidinggeven de
economie uit het dal krijgen? Deze
vragen staan centraal tijdens het
tweedaagse internationale congres
over Women in Law and Leadership
(WILL2014). Topvrouwen uit de advocatuur,
het bedrijfsleven en bij de
overheid delen hun ervaringen en
inzichten als leidinggevende in een
professionele organisatie. Welke
leiderschapsstijl past in een professionele
organisatie, hoe ga je om met
informele leiders, hoe trotseer je de
economische crisis op een specifiek
vrouwelijke manier?
Tijd: vrijdag 31 januari 2014 van 12.00 tot 17.00 uur en
zaterdag 1 februari 2014 van 9.30 tot 13.00 uur
Plaats: Passenger Terminal Amsterdam, Piet Heinkade 27
te Amsterdam en Mövenpick Hotel, Piet Heinkade 11 te
Amsterdam
Inlichtingen en aanmelding: via: www.will2014.com.

http://www.njb.nl/Uploads/Magazine/PDF/NJB-1342.pdf

Wat is een topvrouw? Toujours la même chose... Mais non, mes amis, ce n'est plus de ce top dont nous avons forcément besoin, nous avons besoin de bon sens et de bienveillance masculin ou féminin. Cela étant dit pour mes amis hollandais... Ce soir, l'âne, et l'âne est un top ami de l'homme, était plongé dans cette revue - Nederlands Juristenblad qui s'adresse en priorité au monde juridique de langue néerlandaise... Avec la contribution d'expert en matière de droit et technologie. J'essaierai d'envoyer un mail à M. Alberdingk Thijm, qui, occupé, n'a pas eu le temps de me répondre au téléphone. À ceux qui peuvent lire la langue néerlandaise, mais la machine peut aussi traduire, je vous invite à vous plonger dans ce numéro en date du 29 novembre 2013. Des articles très instructifs.

Over the past few years, Dutch and
international media have signalled
almost daily that, all of a sudden, the
Netherlands has changed from a pro-
European into an anti-European
country. It is as if the Netherlands no
longer wants to move backward or
forward in the EU and as if politicians
are only too happy to criticise
the EU. What prevails is the paradoxical
image of a small open country
that has cooled towards Europe. This
book looks beyond grand statements
like ‘the Netherlands is for/against
Europe’ and employs the sectoral
thermometer: are we actually seeing
the Netherlands withdraw at the very
level where policy is pursued and
where European agreements are
made? Was the Netherlands really
that pro-European in terms of policy
implementation in the first place,
and has that changed now?
The chapters in this book show that
the Netherlands has always been
pragmatic in its approach to Europe.
In the short-term perspective of the
media and politicians, the Dutch
unconditional support for a supranational
body like the European Commission
may have changed into a
form of intergovernmental cooperation
more dictated by self-interest,
and instead of championing further
integration the Netherlands may
now be stalling or reversing European
policy. However, the chapters
underline that, in general, the
Netherlands was not dogmatic at all
but rather made choices based on
largely objective considerations of
use and necessity: sometimes more
intergovernmental, while at others
more supranational, sometimes more
focused on regulation, on other occasions
aimed at deregulation and
coordination. Nor did the Netherlands
suddenly change its views or
became more critical of the EU in
2005. Reserve has always been part of
the Dutch approach.
Adriaan Schout, Jan Rood (eds.)
Eleven International Publishing 2013, 310 p., € 35
ISBN 978 94 9094 799 6

Bestuur en toezicht bij
stichtingen
Governance bij zorginstellingen en
pensioenfondsen
Heden ten dage worden
‘maatschappelijke
ondernemingen’ als
onderwijs- en zorginstellingen
regelmatig georganiseerd
in de vorm
van een stichting en
wordt de stichting
gebruikt als rechtsvorm voor beleggingsinstellingen
of pensioenfondsen.
Omdat de overheid en de praktijk
onderkennen dat de wettelijke regeling
van de stichting in Boek 2 BW ten
aanzien van bestuur en toezicht met
onvoldoende waarborgen is omkleed,
zijn governance codes tot stand gekomen
en worden extra voorschriften
vastgelegd in sectorwetgeving. Na een
analyse van de governance structuur
van stichtingen wordt in deze preadviezen
aan twee specifieke sectoren,
zorginstellingen en pensioenfondsen,
aandacht besteed. De governance
regulering van juist deze sectoren is
interessant omdat nieuwe wetgeving
op komst is: de Wet Cliëntenrechten
Zorg en de onlangs aangenomen
wijziging van de Pensioenwet. Van
Uchelen-Schipper analyseert in haar
preadvies dat de verhouding tussen de
regels van governance die in de zorgsector
op verschillende niveaus zijn
vastgelegd, niet altijd even duidelijk is
en doet een aantal concrete voorstellen
voor verbetering. Hiernaast constateert
zij een aantal lacunes in wet- en
regelgeving zoals bepalingen ten aanzien
van de one tier board en ten aanzien
van tegenstrijdig belang. In zijn
preadvies over Pension Funds onderwerpt
Visée de wijze waarop de governance
van pensioenfondsen thans en
in de toekomst vorm wordt gegeven
aan een kritische beschouwing. Hij
signaleert dat de nieuwe wettelijke
regeling ingewikkeld in elkaar zit en
een aantal lacunes bevat zoals het ontbreken
van voorschriften over de wijze
waarop toezichthouders benoemd
dienen te worden. Ook constateert hij
dat de raad van toezicht over onvoldoende
mogelijkheden beschikt om
een daadwerkelijke factor van betekenis
te zijn.
M.J. van Uchelen-Schipper en
S.W.A.M. Visée
Preadviezen commerciële rechtspraktijk, deel 3
Uitgeverij Paris 2013, 100 p., € 29,50
2472
2950 NEDERLANDS


P.s: Toute ces questions, et elles sont nombreuses, demandent que des consommateurs-usagers, disons aussi des citoyens, puissent rencontrer des responsables de différentes directions et ministères. Ils n'ont quand même pas peur? Mais il vrai que des questions gênantes ou dérangeantes pourraient être posées. On ne parlera pas de leur vie privée;)... En attendant que M. Timmermans, que j'ai eu l'occasion de rencontrer en personne sur une grande place en Allemagne, ou M. Keulers de la Direction Europe - France - du Ministère des Affaires étrangères néerlandais à La Haye veuillent bien répondre et acceptent une entrevue. Ouvrir la porte du Ministère. Les relations franco-néerlandaises m'intéressent, non seulement parce que je suis à moitié néerlandaise, mais aussi parce que nous savons qu'un bon nombre, dont nous faisons partie, ont choisi la France pour y acheter une maison. Quand on achète en France, on a automatiquement signé pour l'Europe. Une simple question de bon sens et de logique. Et combien n' y ont-ils pas acquis une maison secondaire? Les temps changent mes amis, il faudra bien s'y faire... surtout avec l'utilisation des nouvelles technologies pour tous... Á l'heure européenne. Ici, on travaille à l'Europe des valeurs bien comprises. C'est un petit rappel.

P.s: J'ai contacté le secrétariat du Nederlands Juristenblad pour leur demander l'autorisation de reprendre des articles sur ce blog.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten