zaterdag 12 april 2014

Regelgeving & problemen... with regards to youth protection...

[...]

Bovendien heeft anonimiteit een onmiskenbaar maatschappelijk nut. Het openbare debat is gebaat bij een vrije uitwisseling van ideeën en informatie. Allerlei kritische geluiden zouden niet gehoord worden wanneer de afzender te allen tijde verplicht zou zijn om zich met naam en toenaam bekend te maken. De anonymus zal in sommige gevallen alleen eerlijk en ongegeneerd voor zijn mening durven uitkomen als hij niet hoeft te vrezen voor represailles van kwaadwillende overheidsinstanties, zijn werkgever, of de buren.

Anonimiteit is een belangrijke waarborg voor de anonieme klokkenluider die maatschappelijke misstanden aan de kaak stelt, voor de vertolker van de niet politiek correcte mening en voor de criticus van een totalitair regime in China, Birma of Iran. Een volwassen democratische samenleving moet zo stevig zijn dat zij anonieme uitingen niet alleen tolereert maar ze zelfs waardeert en beschermt als onderdeel van de meningsvorming.

Het dilemma tussen enerzijds de roep om law and order en anderzijds de bescherming van privacy en communicatievrijheid wordt door de Nederlandse wetgever onvoldoende onderkend. Er bestaat vooral een groot wettelijk vacuüm waar het de handhaving van private belangen betreft. Dit terwijl juist daar allerlei lastige afwegingen moeten worden gemaakt.

Illustratief is het offensief van de muziekindustrie, die de verspreiding van digitale muziekbestanden probeert tegen te gaan door internetgebruikers te ontmaskeren en te beboeten. In de toekomst zullen zich meer van dit soort problemen voor gaan doen. Kan iemand die zich door een uitlating op het Internet beledigd voelt een provider via de rechter dwingen om de identiteit van de afzender te onthullen? En een bedrijf dat te kampen heeft met dalende beurskoersen als gevolg van misleidende financiële tips van een sluwe speculant? In de rechtspraak bestaat geen duidelijkheid.

Zolang dat gat in de regelgeving niet wordt gevuld blijven de Internetproviders in een onaangename spagaat steken. Zij zijn wettelijk en contractueel verplicht om de privacy van hun klanten te beschermen maar moeten tegelijkertijd meewerken aan de handhaving van het strafrecht en gerechtvaardigde private belangen. Wanneer moeten zij identificerende gegevens afgeven? Kunnen ze door hun klanten voor de rechter worden gesleept wanneer achteraf blijkt dat die gegevens ten onrechte werden verstrekt?

Het is tijd dat de wetgever het belang van anonimiteit eindelijk expliciet aanvaardt en duidelijk vastlegt. Tegelijkertijd moet worden vastgesteld onder welke voorwaarden anonimiteit kan worden opgeheven. Zo'n regeling moet er voor zorgen dat anonimiteit snel kan worden opgeheven bij een verdenking van een ernstig strafbaar feit. Maar er moet ook een garantie bestaan dat de provider niet bij het minste of geringste de identiteit van de surfer onthult. Dat betekent dat als het gaat om schending van auteursrechten eerst maar moet worden aangetoond dat het echt noodzakelijk is de identiteit van een gebruiker te kennen. De rechter moet dan de grondrechten van de anonieme gebruiker afwegen tegen de mogelijke rechten van bijvoorbeeld de muziekindustrie.

Bij gebreke van een wettelijke regeling blijft het beeld bestaan van cyberspace als een duistere, wetteloze plek waar de griezels anoniem op de loer liggen. Dat beeld is net zo symplistisch en stompzinnig als de fictie van een utopische heilstaat waar geen overheid meer nodig is. Verdedigers van privacy en anonimiteit verworden in de beeldvorming al gauw tot handlangers van boeven of tot naïeve activisten. Gewone internetgebruikers , providers en uiteindelijk het debat zelf zijn de belangrijkste slachtoffers van een luie wetgever. Een heldere anonimiteitswet moet voorkomen dat naast toetjes ook het imago van het Internet verder vergiftigd wordt.

Geplaatst 02.09.2003

http://www.ivir.nl/publicaties/asscher/opiniecampinazaak.htm

Privacy-expert Simon Davies gastonderzoeker bij het Instituut voor Informatierecht (IViR)

13 november 2013

Vanaf 1 november tot april volgend jaar zal Simon Davies, een van de meest ervaren privacy specialisten ter wereld, als gastonderzoeker werken bij het Instituut voor Informatierecht (IViR) en het Amsterdam Platform for Privacy Research. Op 27 november geeft hij een lezing over de NSA-affaire in Spui25.

Simon Davies is al ruim 26 jaar betrokken bij het onderwerp 'privacy', als wetenschapper en als activist. Hij verblijft in Amsterdam om een boek te schrijven op het gebied van burgeractivisme en campagnestrategieën.

In 1990 richtte Davies de NGO Privacy International op, waarvan hij tot 2012 directeur was. In deze rol hebben hij en zijn team pionierswerk verricht op het gebied van het algemeen bewustzijn ten aanzien van privacy. Sinds 1997 werkt Simon in nauwe samenwerking met de London School of Economics, eerst als lector en nu als Associate Director afdeling extern van de LSE. Hij heeft uitgebreide schrijf- en campagne-ervaring op diverse onderwerpen, van identiteitssystemen, biometrie, interceptie van communicatie en nationale veiligheid tot cloud computing, gegevensbescherming en privacy by design.

http://www.uva.nl/disciplines/rechten/nieuws/item/simon-davies-aangetrokken-als-gastonderzoeker.html

The Board consists of members with high-ranking positions in ministries, agencies, NGO’s, cultural institutions and other organisations or companies operating in the information market.

http://www.ivir.nl/research/IViR_Research_Program_2012_2016.pdf

Geen opmerkingen:

Een reactie posten