[...]
Totstandkoming
De meeste wetten worden gemaakt omdat er een probleem is dat om een oplossing van de overheid vraagt. Allerlei personen en instanties kunnen ertoe bijdragen dat een onderwerp zoals dat heet 'op de politieke agenda wordt geplaatst'. Bijvoorbeeld politieke partijen, burgers, belangengroepen, media, deskundigen binnen of buiten de overheid, alsmede de bewindslieden zelf. In toenemende mate (2003) verplichten richtlijnen en verordeningen van de Europese Unie tot nieuw beleid.
Op sommige beleidsterreinen speelt wetgeving geen grote rol (bijvoorbeeld buitenlandse betrekkingen) op andere beleidsterreinen juist wel (belastingen, sociale zekerheid). Bij belangrijke beleidswijzigingen waarover geen wetgeving nodig is wordt een beleidsnota opgesteld ten behoeve van de Tweede Kamer.
Wetsvoorstel en initiatief wetsvoorstel
Voordat een wetsvoorstel wordt geschreven wordt vaak nagegaan wat er aan kennis en opvattingen over het te formuleren beleid in de maatschappij leeft. Zo kan aan onderzoeksinstellingen binnen of buiten de overheid onderzoek worden opgedragen. Aan vaste of tijdelijke adviescolleges kan advies worden gevraagd (zij kunnen ook ongevraagd advies uitbrengen). Er kan overleg worden gevoerd met bepaalde belangengroepen (waarvoor soms vaste overlegorganen bestaan) en er kan een meer algemene publieke discussie plaatsvinden.
Soms is er internetconsultatie. Er wordt dan een concept van een wetsvoorstel, AMvB of ministeriële regeling op internet gepubliceerd, waarna het publiek via internet kan reageren. Na afloop van de consultatietermijn worden alle reacties gepubliceerd, voor zover men bij het reageren heeft aangegeven hier geen bezwaar tegen te hebben. Men kan dus niet op elkaar reageren. Vervolgens wordt er ook een rapport gepubliceerd over de consultatie, met een samenvatting van de bijdragen en een reactie daarop.[1] Het was een tweejarig experiment, waarna in 2011 een besluit zou worden genomen over structurele invoering. Niet duidelijk is of een besluit genomen is, maar in 2012 zijn er in ieder geval nog consultaties.
Het initiatief voor een wetsvoorstel gaat meestal uit van de regering, maar kan ook uitgaan van de Tweede Kamer. Als een wetsvoorstel door een of meer leden van de Tweede Kamer wordt ingediend, wordt gesproken van een initiatiefwetsvoorstel. Het Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer ondersteunt het initiatief door te kijken of de teksten juridisch juist zijn en of er ook staat wat met het initiatief bedoeld wordt. Vaak schrijven de medewerkers van het Bureau Wetgeving de tekst zelf of - mits met toestemming van de betrokken minister - wordt het opgesteld door de wetgevingsjuristen van het ministerie dat het onderwerp in het pakket heeft.
Het betrokken kamerlid verdedigt in dat geval zelf het wetsvoorstel. Maar in de meeste gevallen echter formuleert de regering, afhankelijk van de reikwijdte van het onderwerp één of meer ministers, het voorstel van wet.
Ontwerp
Als een minister een bepaald onderwerp wil regelen, geeft hij de ambtenaren op zijn departement opdracht om een wetsvoorstel te maken. (Duur: weken, maanden en soms zelfs jaren). Het begint met overleg met het "veld", allerlei instanties en betrokkenen bij het onderwerp. Dan gaat een wetgevingsjurist een tekst schrijven met behulp van de Aanwijzingen voor de regelgeving.[2] In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij onderwerpen die technisch of gecompliceerd zijn, wordt dat ontwerp wetsvoorstel gepubliceerd en worden burgers en organisaties uitgenodigd een reactie te geven. Als er verplichte adviesorganen zijn wordt daar overleg mee gepleegd en hun advies gevraagd. Dan worden ook de uitvoeringstoetsen gedaan.
Na deze voorbereidingen overlegt de verantwoordelijke minister met zijn collega's. Dit interdepartementaal overleg moet in elk geval met Justitie en Financiën (Duur: meestal een paar maanden).
http://nl.wikipedia.org/wiki/Nederlandse_wetgeving
Geen opmerkingen:
Een reactie posten