donderdag 14 januari 2016

https://nl.wikipedia.org/wiki/Val_van_Srebrenica....

[...]

Onderzoek naar verantwoordelijkheid

De vraag of en in hoeverre Nederlandse militairen verantwoordelijk zijn geweest voor dit drama is niet geheel opgehelderd. Het rapport-Van Kemenade gaf geen uitsluitsel. Ook het volumineuze NIOD-rapport[6] van april 2002 trok weinig harde conclusies. In dat rapport werd de schuld min of meer verdeeld over de politiek en de militaire top, maar werd Dutchbat zelf ontzien. De militaire top werd onder meer verweten feiten verdoezeld te hebben en de Nederlandse overheid werd onder meer verweten met de uitzending van de militairen een onverantwoorde beslissing te hebben genomen: slecht mandaat, slechte voorbereiding, slechte uitrusting.

Een probleem bij het achterhalen van de juiste toedracht werd in beide gevallen bemoeilijkt door weigering van de Serviërs aan de onderzoeken mee te werken. Sommige auteurs hebben wel geconcludeerd dat er onder de militairen van Dutchbat een uitgesproken anti-moslimstemming heerste. De leiding van Dutchbat zou volgens de Amerikaanse auteur David Rohde in zijn boek A Safe Area. Srebrenica: Europe's worst massacre since the Second World War zelfs pro-Servisch zijn geweest. Wetenschappelijk bewijs is daar echter niet voor geleverd.

Verantwoordelijke ministers in die periode waren de ministers van Defensie Relus ter Beek en zijn opvolger Joris Voorhoeve. Verantwoordelijke minister van Buitenlandse Zaken was Hans van Mierlo onder minister-president Wim Kok. Een bataljon van de 11 Luchtmobiele Brigade was in 1993 uitgezonden onder premierschap van Ruud Lubbers, toen Pieter Kooijmans minister van Buitenlandse Zaken was.

Verantwoordelijke VN-functionaris was de Franse luitenant-generaal Bernard Janvier.

Verantwoordelijke binnen de Nederlandse krijgsmacht: bevelhebber der landstrijdkrachten generaal Hans Couzy, plv. generaal Ad van Baal en de chef-staf van UNPROFOR in Sarajevo Cees Nicolaï. Overste Karremans werd lokaal verantwoordelijk voor de gehele enclave Srebrenica in de functie van commandant Dutchbat III te Potočari, plv. commandant van Dutchbat III was majoor Robert Franken eveneens in Potočari.

Onderzoek naar de juiste toedracht werd bemoeilijkt doordat de verklaringen van Nederlandse militairen, van VN-verantwoordelijken en van de Nederlandse overheid tegenstrijdig waren. Bovendien ging een fotorolletje waarop bewijzen van de massamoorden zouden kunnen staan, bij het ontwikkelen verloren. De toenmalige bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee Diederik Fabius speelde daarbij een rol[bron?].

Janja Beč-Neumann, gerenommeerd Servisch genocide-onderzoekster stelt dat Dutchbat door onder andere haar hulp bij het scheiden van de mannen en vrouwen en het opstellen van "Franken's lijst" met daarop 239 mannen die gered mochten worden - maar het niet werden[20] - gecollaboreerd heeft met de Bosnisch-Servische troepen[21].

Op 15 november 1999 bracht de VN haar definieve rapport uit over de val van Srebenica.[22]

[...]

in: https://nl.wikipedia.org/wiki/Val_van_Srebrenica

Geen opmerkingen:

Een reactie posten